Fucking Ferrari

Allee, ik wéét het. Eigenlijk zou ik hem moeten verfoeien.

Ferrari. Roberto Ferrari. Amai, wat reed hij onze lieveling Cav lomp onderuit, in de derde etappe van de Giro. Dat behoort een wielrenner niet te doen. In één enkele beweging maakte Roberto zich tot het enfant terrible van het Giro-peloton.

En vandaag. Och vandaag. Met een fietslengte voorsprong pakte hij de winst in de nauwe straatjes van Montecatini Terme. Darling Cav stond niet eens op de foto. Onze wereldkampioen onderuit maaien en vervolgens zo declasseren: een oneerbiediger optreden is nog nooit vertoond.

Nee, dacht ik, met mijn handen voor mijn ogen naar de aankomst kijkend. Nee! Niet fucking Ferrari, wééral! Laat dat stuk stronzo alsjeblieft onder het smeltende asfalt verdwijnen, en rap! Intussen bolde Ferrari over de meet, zijn armen in de lucht, de vuisten gebald, juichend met open mond.

De camera zoomde in. Ik zag een baardje. En och, u weet: ik ben een sucker voor baardjes. Ik kwijl van woeste kaken. Roberto kneep in zijn remmen, lachte zijn prachtige rij tanden bloot en ik gleed van de sofa. Verkocht. Volledig.

Foto: Tour de TaiwanFoto: Tour de Taiwan

Die schitterende bruine ogen, die eindeloze wimpers, die bos weelderige krullen onder zijn helm.

Dus ja. Ik weet het goed gemaakt. Stuur dat lekkertje maar naar mij. Nee, ik ben niet te beroerd de Giro van Ferrari te verlossen. Zo ben ik. Ik laat geen wielerfan in de kou staan. En renners met baardjes om van te smullen al helemaal niet.

Advertenties

Cavendish, de mooiste man van Man

Dat hij de beste sprinter van de hele wereld is, heeft Mark Cavendish gisteren in Kopenhagen laten zien. Dat hij ook het mooist kan huilen van het hele peloton, had hij gelukkig al veel eerder bewezen. (Want jongens jongens, die Cavendish die jankt wat af. Niet dat je mij zult horen klagen hoor, maar het lijkt me toch niet verkeerd als hij eens wat vaker zijn hart lucht, want zoveel opgekropte emoties, dat kan niet goed zijn voor een mens.)

In de Tour van 2010 zag ik voor het eerst dat de kleine, pittige Cavendish – met zijn grote waffel – bijzonder charmant en ontwapenend kon huilen. Hij had het moeilijk die Tour. De verwachtingen waren torenhoog, maar hij kreeg ze maar niet waargemaakt. Al zijn concurrenten sprintten hem voorbij in de eerste etappes. De pers schreef Cav af, zijn fans joelden, en Cav begon met materiaal te smijten. Fietsen, helmen, alles vloog door de lucht. Tot de verlossende vijfde etappe.

Cav won eindelijk, met enorme overmacht (Mart Smeets zei ongetwijfeld dat de rest niet op de foto stond). Toen kwam de ontlading. Tijdens het officiële interviewtje na de finish snikte Cav zijn woorden er schokschouderend uit, tot de woorden door tranen werden verdrongen. De interviewer deed een poging tot troosten, legde zijn hand op Cavs schouder en zei met een intens ongemakkelijke lach: ‘Oh my God.’ Met open mond staarde hij vervolgens ongelovig naar Cavs breakdown. Het interview werd stopgezet. Toen Cav even later weer een beetje op adem was gekomen, sprak hij de volgende onvergetelijke woorden: ‘For sure I gave people reason to say negative things, but you know, all I want to do is race and all I want to do is win.’ Wát een man.

Op het podium snikte Cav er ook nog even lustig op los. Geen probleem, want er bestaat niets mooiers dan verdrinken in Cavs tranende ogen. Want mamma mia, die wimpers. Ze omkransen zijn ogen zoals ranke boompjes een mysterieus bosmeer omringen, en als het regent, wint het meer aan diepte. En alsof die ogen alleen nog niet voldoende zijn, staan ze ook nog eens in een lieflijk, guitig gezicht. De volle lippen maken het geheel tot een plaatje om in posterformaat aan de muur te hangen. Het liefst zo’n groot formaat poster dat Cavs bescheiden lengte van 1.75 m erdoor gecompenseerd wordt.

En dan besef je weer dat het allemaal oneerlijk verdeeld is in de wereld. Want Peta Todd heeft niet alleen het lichaam van een naaktmodel, ze heeft ook Cav. Dus eigenlijk is er zoveel om jaloers op te zijn, dat je er maar beter gewoon niet aan kunt beginnen.