Tumtummeke

Kent u ze nog? Die snoepjes in allerlei kleuren? In een puntzak die, eenmaal opengemaakt, in een keer leeg moet? Dat machteloze, dwangmatige gevoel overvalt mij ook als ik Tom Veelers zie. Tom is als een zak Tumtummetjes. Als je er een geproefd hebt, wil je meer. Zijn textuur is zoet, fris, zacht en hard tegelijk. Tom Veelers is één grote smaaksensatie. En hij wordt ieder jaar lekkerder! Zijn lange, goed geproportioneerde lichaam is van een goddelijke weergaloosheid. Die stevige kaaklijn, die sterke onderarmen, die indrukwekkende dijen en gespierde kuiten…

En wat een bek met mooie tanden! Of hij nu lacht of juist een pijnlijke grimas laat zien, ze kunnen Olga opdweilen hoor. Dan word ik zo zacht als een chocoladeflikje in Tom’s grote hand. Oooh wat zou ik graag door die grote handen beetgepakt worden. Stevig rond mijn taille, zodat er geen ontkomen meer aan is.

Maar Tommie is moe. Hij heeft geen zin om krijgertje te spelen, of haantje pik (een spelletje met tumtum als inzet). Het was een vreselijk lang seizoen: van begin februari (3e plek achter Boom en Faabs in de proloog van de Tour of Qatar) tot afgelopen week zat hij op de fiets. In de derde etappe van de Xinglong naar Wenchang (Ronde van Hainan), versloeg hij zijn vertrekkende ploegmaat Van Hummel in de sprint. Maar ocherremme, door een schuiver in de zesde etappe moest hij de rest van de ronde verstek laten gaan en Van Hummel de sprints gunnen. In de Vuelta reed hij dagen lang achter het peloton aan, terwijl hij niet van opgeven wist. Over karakter gesproken!

Tumtummeke van me, luister goed naar Olga. Als jij nu eens even lekker een paar weekjes gaat uitrusten jong. En accepteer dan ook even mijn Facebookverzoek, wil je? Dan zal ik je wonden likken, uhh liken, en ben jij snel weer de oude. En als jij gaat zwemmen Tom, mag Olga dan jouw rivier zijn?

Liefs, O.

Ach, was ik maar een biggetje

Amai, jullie Nederlanders verzinnen echt fantastische dingen! De verkiezing van de meest sexy vegetariër van het land, en dan heerlijke renners met snoezige biggetjes laten poseren.

Daar kunnen wij Vlamingen toch niet aan tippen. Deden we dat maar. Want wat zou ik graag zien hoe Jurgen een geitje aan zijn naakte dij drukt, hoe Nikolas een kalfje melk uit zijn navel laat likken, of hoe Tommeke een heel klein lammetje…

Allee, mijn fantasie slaat op hol. Want onze renners eten natuurlijk gewoon vlees. Die zijn alleen maar sexy, niet vegetariër, zoals Maarten Tjallingii. Amai, ik smelt gewoon…

Kijk hem toch eens staan met dat biggetje in zijn armen. Hoe hij dat kleine, tere diertje voorzichtig aan zijn gespierde borst drukt. Ach, als ik maar een minuut dat biggetje mocht zijn. Ik zou me volledig verliezen in Maartens sterke armen. Mijn oogjes net zo genietend toeknijpen. Zacht snuffelen aan dat scherpe randje waar witte in bruine huid overgaat. Liefdevol zou ik met mijn kleine krulstaart Maartens polsen strelen. Ik zou zijn tedere vingers om mijn lijfje koesteren en de geur van zijn warme borst diep in me opzuigen.

Maar wat ik geen moment zou overwegen, is een blik over mijn schouder naar beneden werpen. Want voor je het weet word je geconfronteerd met deze sportsokken en Birckenstocks! Weg magisch moment. Nondeju, Maarten, dat kun je toch niet menen? Als je iets aan je woeste sexyness probeert af te doen, dan is dat dubbel en dwars gelukt. Nooit, maar dan ook nóóit meer doen, ja?

Gelukkig kan ik dat vreselijke beeld makkelijk uitbannen met de vele, vele plaatjes-om-te-smullen. En aangezien jouw biggetje worden ijdele hoop is, ga ik graag voor optie twee. Wat zeg je ervan Maarten, jouw douche, of de mijne?

Da. Vee. De.

Da-vee-de: the tip of the tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three, on the teeth. Da. Vee. De.

Hmmmm.

Nee darlings, jullie Flaviana is niet in Humbert Humbert veranderd. En Davide is niet zo jong als Lolita. Hoop ik. Toch? Ach, La Basso is eeuwig jong, basta! Maar lievelings,  geef toe, alleen al met die voornaam kun je uren spelen. Om over ‘Appollonio’ nog maar te zwijgen. Ap-po-l’oh-oh-oh-OMG!! Nu kan ik jullie heel veel over Davide vertellen. Over zijn carrière tot nu toe, waar hij nu rijdt, wat hij gewonnen heeft. But do I look like Wikipedia? Esattamente! Ik wil het over die mond hebben. De bovenlip van Lolita Davide is namelijk perfect gevormd. Purrrrfect. Alsof il Dio hem persoonlijk ontworpen heeft. Hij moet een goede dag gehad hebben. Nostro padre werd wakker met het idee: “Vandaag ga ik een kunstwerk maken. Ik ga een perfetto simmetrico sensueel feest bouwen!” Natuurlijk, boven die lippen plaatste hij een damn zexy neus, twee belachelijk mooie ogen en prachtige wenkbrauwen. En met de rest van Adonisollonio is ook niets mis. Maar la bocca, o la bocca.

Soms darlings, soms is Flaviana een rondemiss. Midden in de nacht, in mio dromen. En als Davide dan wint en ik hem mag kussen, misschien mis ik zijn wang dan wel. Per ongeluk hoor, dat kan gebeuren, heus! En in die droom proef ik dan of die lip net zo heerlijk smaakt als hij er uitziet. Ik beloof jullie, als ik straks weer wakker ben zal ik het vertellen.

F.

The Bos(s)

Wat is 190 centimeter lang, vijfvoudig wereldkampioen, sexy as hell en sneller dan het licht? Daar is natuurlijk maar een antwoord op mogelijk: Theo Bos!

Theo has it all. Om te beginnen natuurlijk een wonderschoon palmares, met vijf wereldtitels op de baan in verschillende disciplines, een zilveren olympische medaille en inmiddels ook enkele zeges op de weg, waaronder etappeoverwinningen in de Ronde van Murcia en de Ronde van Oman. Maar hoe schoon zijn palmares ook is, het valt in het niet bij Theo’s uiterlijke schoonheid.

Want mamma mia, wie schiep dit hemelse schepsel? Dat oneindig lange, brede, gespierde sprinterslichaam, waar je je het liefste dag en nacht tegenaan zou vlijen, ook al glijdt het zweet in straaltjes langs zijn uit graniet gehouwen armen. Het lichaam is zo goddelijk groot dat het amper in een auto past (‘Leg je kuiten maar op het dashboard, tesoro‘), en zelfs niet op een balkon.

Maar er is meer. Sommige renners verdienen hun plek op IDJBOBJHZ met louter het lichaam, Theo heeft ook nog eens een bekkie om te zoenen – dat vindt zelfs Flipper. Zijn getrainde lijf is keihard, maar zijn lieve ogen en ontwapenende lach maken dat je hem non-stop wilt knuffelen. Theo, tesoro, wat dacht je van een sprintje naar de slaapkamer?

Phabulous Phinney

There is a new hotness in town! Yes darlings, il ciclismo is een on-uit-put-te-lij-ke bron van zexyness en snoepgoed. Kennen jullie Taylor Phinney al? Nog maar 21, maar hij is al kampioen op de baan geweest in Amerika, wereldkampioen tijdrijden bij de juniors en de duikboten (sorry, Flaviana moet altijd lachen om de term U23..) èn hij heeft ook al aan de Olympische Spelen meegedaan! Sinds dit jaar rijdt onze Taylor voor BMC, de ploeg van Cadello. Taylor is ze baby of wielrenner Davis Phinney en schaatster Connie Carpenter, en zelfs achterop bij di papa was hij al schattig.

In de afgelopen Vuelta was hij de roomie van Karsten Kroon, en sindsdien noemt La Basso hem Taylor Funny. Zijn blog, zijn foto’s, zijn tweets, topamusement. Echt lievelings, the KK en Taylor waren het beste komische duo op twitter since eh, nou ja, sinds Fabuloso en de Engelse taal. Phinneys “interview” met Philippe Gilbert was meesterlijk!

Dus schatten, wat hebben wij nu? Wij hebben een man die goed kan tijdrijden en een man waar wij om kunnen lachen. Bijna perfetto! Kom op, jullie kennen Flaviana inmiddels, wat missen wij nog? Juist, a lovely long zexy nose. En OMG, heeft Taylor a long zexy nose! En die neus wijst precies de spannende weg tussen zijn twinkelogen en die gruizige grijns die hij niet kan verbergen, al zou hij het willen. Deze jongen is één groot binnenpretje. Geloof me dames, we gaan nog veel van Precious Phinney horen, en vooral zien. En omdat jullie weten dat Professore Basso in haar wetenschappelijke analyses van de ciclismo altijd gronding te werk gaat, heeft ze Taylor zelf maar gevraagd waarom hij zo’n fraaie neus heeft. Ze answer? “Global warming.” En daarom darlings, daarom hebben wij nu last van lots of local warming. Go Taylorrrrrrrr!

F.

Tommeke, mijn elfje

Ik geef het eerlijk toe: het kostte me een paar dagen alvorens ik erover uit was of ik hier over Tommeke zou schrijven of niet. Want elk woord dat ik zwart op wit zet is niet mooi genoeg. Elke zin die ik verzin doet hem geen recht. In een stukje over Tommeke zou ik nooit onder woorden kunnen brengen hoe sterk mijn gevoelens voor hem zijn.

Zeker en vast, ik ben een Vlaamse, dus ik hóór fan van ons Tommeke te zijn. Maar zeggen fan van Tommeke te zijn is eigenlijk net zo nietszeggend als een lofzang op hem proberen te schrijven. Er zijn zovelen fan. Er is al zoveel lof over hem gezongen.

Maar ik ben zijn grootste fan. Ik. Eerlijk waar.

Waarom? Dat zal ik u zeggen. Elke madam die beweert fan te zijn van Tommeke, bezingt zijn schitterende dijen. Zijn pronte kontje. Zijn stevige kaaklijn. Zijn diep donkerbruine slaapkamerogen die zij het liefst op haar lichaam zou zien rusten.

Maar ik, ik kijk niet naar zulke platte dingen. Awel, ik kijk daar natuurlijk wel naar ( – ik durf zelfs verklappen dat ik er elke avond naar kijk, voor het slapen gaan). Ik ben niet van steen, se! En zij doen mij ook veel, die lichaamsdelen. Maar ik kijk verder en ik kijk beter.

Het liefst kijk ik naar Tommekes oren. Kijk toch eens naar die oren. Ziet u dat? Ze lijken wel gepunt aan de bovenkant. Ze ZIJN gepunt aan de bovenkant. Ik wist het wel: Tommeke is buitenaards. Hij is een elfje. Dat was u nog niet opgevallen hé! En daarom ben ik, Schanulleke, Tommekes grootste fan. Want ik heb dat al lang geleden ontdekt, se!

Tommeke is een elfje dat graag wielrenner wilde worden. Hij mocht. En hoe. De magie leek hem dit seizoen even verlaten te hebben. Maar Tommeke, als ik jouw oortjes mag komen strelen, vind jij vast je vleugeltjes terug. En vlieg je volgend jaar weer van overwinning naar overwinning. Zeker en vast.