The Godfather

In den beginne schiep god De Man. En hij noemde hem Fabian. Really darlings, zo zou het geschreven moeten staan. The Garden of Eden? Zwitserland. Genesis? 18 maart 1981. The forbidden vrucht? Ooo yes! The snake? Flaviana durft er niet eens over na te denken.

Alles wat Fabuloso zegt, fietst, schrijft en aan– of uittrekt is zexy. Damn zexy. Of hij nu in Paris-Roubaix de kasseien opvreet of in dat ai-ai-airodynamische pak de tijd kapot rijdt, Fabian Cancellara is the daddy of alles wat zo jummie is aan wielrennen. En hij weet het hè, de stouterd. Daarom doet hij speciaal voor ons bellissimo olie op die eindeloze benen, gooit hij af en toe zijn shirtje even extra open en (mamma mia!) laat hij de deur gewoon open staan als hij zich op de achterbank drapeert. Speciaal voor ons! Nog eentje? Nog eentje. Fäbu is hors categorie, al zou La Basso de beklimming wel aan durven.

Is er eigenlijk iets wat Il Spartacus niet kan? Bene, de Tour de France winnen misschien. Daar is hij te grande en te zwaar voor. Maar afvallen? Please schätzli, doe ons dat niet aan. If anything, we want more of the Fabtastic, more of ze Cancellara!

F.

Cavendish, de mooiste man van Man

Dat hij de beste sprinter van de hele wereld is, heeft Mark Cavendish gisteren in Kopenhagen laten zien. Dat hij ook het mooist kan huilen van het hele peloton, had hij gelukkig al veel eerder bewezen. (Want jongens jongens, die Cavendish die jankt wat af. Niet dat je mij zult horen klagen hoor, maar het lijkt me toch niet verkeerd als hij eens wat vaker zijn hart lucht, want zoveel opgekropte emoties, dat kan niet goed zijn voor een mens.)

In de Tour van 2010 zag ik voor het eerst dat de kleine, pittige Cavendish – met zijn grote waffel – bijzonder charmant en ontwapenend kon huilen. Hij had het moeilijk die Tour. De verwachtingen waren torenhoog, maar hij kreeg ze maar niet waargemaakt. Al zijn concurrenten sprintten hem voorbij in de eerste etappes. De pers schreef Cav af, zijn fans joelden, en Cav begon met materiaal te smijten. Fietsen, helmen, alles vloog door de lucht. Tot de verlossende vijfde etappe.

Cav won eindelijk, met enorme overmacht (Mart Smeets zei ongetwijfeld dat de rest niet op de foto stond). Toen kwam de ontlading. Tijdens het officiële interviewtje na de finish snikte Cav zijn woorden er schokschouderend uit, tot de woorden door tranen werden verdrongen. De interviewer deed een poging tot troosten, legde zijn hand op Cavs schouder en zei met een intens ongemakkelijke lach: ‘Oh my God.’ Met open mond staarde hij vervolgens ongelovig naar Cavs breakdown. Het interview werd stopgezet. Toen Cav even later weer een beetje op adem was gekomen, sprak hij de volgende onvergetelijke woorden: ‘For sure I gave people reason to say negative things, but you know, all I want to do is race and all I want to do is win.’ Wát een man.

Op het podium snikte Cav er ook nog even lustig op los. Geen probleem, want er bestaat niets mooiers dan verdrinken in Cavs tranende ogen. Want mamma mia, die wimpers. Ze omkransen zijn ogen zoals ranke boompjes een mysterieus bosmeer omringen, en als het regent, wint het meer aan diepte. En alsof die ogen alleen nog niet voldoende zijn, staan ze ook nog eens in een lieflijk, guitig gezicht. De volle lippen maken het geheel tot een plaatje om in posterformaat aan de muur te hangen. Het liefst zo’n groot formaat poster dat Cavs bescheiden lengte van 1.75 m erdoor gecompenseerd wordt.

En dan besef je weer dat het allemaal oneerlijk verdeeld is in de wereld. Want Peta Todd heeft niet alleen het lichaam van een naaktmodel, ze heeft ook Cav. Dus eigenlijk is er zoveel om jaloers op te zijn, dat je er maar beter gewoon niet aan kunt beginnen.